|
De Franse
oesters worden verreweg het meeste gegeten in Europa. Langs de Franse kusten
worden diverse soorten oesters gekweekt. Ze komen uit de Marrennes-Oléron, Arcachon, Thau, Bouzigues, Bretagne en Normandië. In Frankrijk heeft elke rivier in zijn monding
wel een eigen oestercultuur.
Bretonse
Oesters
Bretagne
is de bakermat van de Franse oesterkweek. Door haar geografische ligging en
vorm is het een ideale plek voor het kweken van oesters. Haar hele kustlijn is
grillig en wordt gevormd door riviermondingen en baaien
hierdoor ontstaan de noodzakelijke Estuaria, de uitgelezen plek voor
oesters. Daarbij komt ook nog dat er aan beide zijde van Bretagne
een groot getijdeverschil is. Dit zijn de 2 basisvoorwaarden om goede oesters
te kweken. In deze regio heeft men verschillende “Grand Cru” gebieden
gedefinieerd, en ieder
gebied heeft haar eigen kenmerken van smaak.
Onze
Bretonse oesters komen uit de Baai van Quiberon. Ze
groeien op de bodem van de baai en krijgen een affinage
in het riviertje Crac’h. Hierdoor krijgen ze
aan het einde van het kweekproces
extra smaak door de fytoplankton van de rivierbodem.
De kenmerken van deze oesters zijn mooi zilt met een licht zoete nasmaak.
Oesters
uit de Marennes d’Oléron
De
grootste oesterparken van Europa bevinden zich in het kweekgebied van Fort Boyard tot aan de Gironde, het
bestrijkt 3600 ha.
Wat de
oesters uit deze streek zo speciaal maakt is de raffinage na de kweek. Dit
houdt in dat de oesters in claires gelegd worden,
oude zoutpannen. Daar worden de oesters vleziger, fijner en minder zout. De
kwaliteit varieert naargelang de tijd die de oesters in zo'n
claire doorbrengen.
Fines de Claires
Alle oesters die in dit gebied gekweekt worden, mogen de
naam Marennes d’Oléron dragen. De Fines de Claires moet minstens een maand in een claire doorbrengen, bij een
dichtheid van 20 oesters per vierkante meter.
Spéciales de Claires
De Spéciales de Claires blijft 2
maanden in een claire, bij
een dichtheid van 10 oesters per vierkante meter.
Pousse en Claires
|
|
De Pousse en Claire is de Grand Cru onder de Franse oesters en blijft 4 tot 8
maanden in de oesterput, met maar 2 tot 5 oesters per vierkante meter. De Pousse en Claires is te herkennen aan de groeiring van kalk (dentelle) die zich als een kanten kraag rond de schelp
vormt. Het kan gebeuren dat zo'n claire
een blauwe alg (Navicula)
voordoet. Deze alg kleurt de oesters prachtig
groen.
Deze
groene oesters vindt men vooral in het voorjaar. Het is niet zozeer de oester zelf als wel de kieuwen
die de mooie donkergroene kleur krijgen.
|
|