|
In Zeeland hebben
wij twee soorten oesters: de Zeeuwse platte en de Zeeuwse creuse. De enige
overeenkomst tussen deze twee oesters is dat ze allebei in de Grevelingen
en de Oosterschelde
gekweekt worden.
Zeeuwse
Platte
De Zeeuwse oester
wordt ook wel Zeeuwse platte, le
Platte, Belon,
flat oyster
of native
oyster
genoemd. De Zeeuwse platte oester heeft de meest verfijnde smaak onder de
oesters. Deze smaak is langzaam tot stand gekomen, want deze oester is pas rijp
voor consumptie na 5 tot 6 jaar. Ze heeft een ronde gladde schelp, waarvan de
maten in nullen wordt aangegeven (1/0, 2/0, 3/0, 4/0, 5/0, voor de maten klik
hier). De Zeeuwse oester is een schaars goed, omdat ze door de snelgroeiende
Zeeuwse creuse
wordt verdreven en omdat de platte oester zich moeilijker voortplant. Door deze
schaarste komen de platte oesters steeds vaker uit Ierland en Denemarken. Ze
zijn verkrijgbaar van september tot en met juni.
Zeeuwse Creuse
De creuse
heet ook wel bolle, holle, wilde, Japanse of Portugese oester. Deze oester
voelt zich zeer goed thuis in de Nederlandse wateren en dankzij
haar veel kortere voortplantingscyclus (2 tot 3 jaar) kan zij in grote
hoeveelheden gekweekt worden. Deze oester heeft in tegenstelling tot de platte
oester een diepe kom en een veel grilliger gevormde buitenkant dan de Zeeuwse
platte oester. De maten van de holle oesters staan in Romeinse cijfers
(I, II,
III).
|