De oesterputten van Yrseke

oesterputten

Uit alle windstreken van België en Nederland zijn onze oestermannen samengekomen om de Zeeuwse zon op te zien komen. Het is een zalige oktoberochtend in Yerseke. Er heerst een serene stilte, die alleen maar wordt versterkt door het vroege ochtenduur. Op een kluitje staan wij rond de auto van Nico, een van onze Belgische oestermannen. Hij serveert vanuit de achterklep een heerlijk ontbijt van zoete broodjes, croissants en koffie. Er bekruipt ons een gevoel van opwinding, een die vergelijkbaar is met de eerste pitstop op vakantie. Langzaam worden de eerste grappen gemaakt, zo herkenbaar voor een groep met een gemeenschappelijk doel.

Een kwartier later lopen wij over de dijk naar een stukje Nederlands cultureel erfgoed. De tijd lijkt hier stil te hebben gestaan, kleine oesterhuisjes omringen luisterrijk een groot water bassin; het lijkt wel 1920. Niets doet ons denken aan onze moderne maatschappij met snelwegen, machines en hoogbouw. Dit zijn de oesterputten van Yerseke.

Wij hebben een afspraak met onze gids van de VVV Yerseke voor een rondleiding. Zij vertelt ons over de oesterputten en de oestercultuur. Er zijn een aantal schaal- en schelpdier kwekers in Yerseke die hun oesters in deze oesterputten "tot rust" laten komen. Deze oesters zijn namelijk net opgevist uit de wateren van de Oosterschelde en de Grevelingen. Per soort liggen ze in genummerde putten te wachten tot ze verpakt en verkocht worden. 

De huisjes om de oesterputten heen dateren uit 1870 en zijn in het bezit van de oesterkwekers. Hier worden de oesters gesorteerd. De oesters worden gecontroleerd door ze tegen elkaar te tikken. Klinkt de oester hol, dan is ze niet eetbaar. De oesters worden zo dicht mogelijk op elkaar verpakt om te voorkomen dat ze open gaan. Op de oesters wordt een dekentje van zeewier gelegd om eventuele verschuivingen van de oesters tegen te gaan. De Zeeuwen noemen dit klappers. En dat allemaal nog steeds handmatig.

Er zijn twee soorten Zeeuwse oesters. De platte Zeeuwse oester en de Zeeuwse creuse. De Platte oester heeft moeite zich te handhaven in de Grevelingen en wordt daardoor steeds schaarser. De kweek van een mooie platte oester kan 3 tot 6 jaar in beslag nemen. Haar unieke smaak maakt haar echter zeer gewild onder de liefhebbers.

Gelukkig zijn deze oesters nog wel uit Ierland en Denemarken te krijgen.

De Zeeuwe oester ofwel creuse werd veertig jaar geleden vanuit Japan hier naartoe gehaald.

Ze wordt voornamelijk in de Oosterschelde gekweekt. Hier zijn alle condities zoals bodemgesteldheid, zoutgehalte en temperatuur van het water optimaal om een perfecte oester te kweken. Met oesters is het net als bij wijn, ze nemen de smaak in zich op van de grond waar ze opgroeien. De Oosterschelde heeft een veenachtige grond, die deze oester haar speciale smaak geeft.

Na de oesterputten worden wij door Lisette en Arno Dirkzwager opgewacht aan boord van de Jacoba Prins van Prins & Dingemanse. Deze oesterkweker bestaat al sinds het ontstaan van de oestercultuur in 1870 en kent een rijke historie op de Zeeuwse wateren. Ze is specialist in mosselen en oesters en heeft haar eigen oesterbanken in de Grevelingen en de Oosterschelde. De creuses worden regelmatig van het ene perceel naar het andere verplaatst, dit proces heet: verzaaien. Door opvissen, aan boord spoelen en vervolgens weer lossen, krijgt de oester een gladdere vorm, waar de scherpste kantjes van af zijn.

Na twee a drie jaar is de oester consumptierijp. Het is een ware belevenis om op een oesterkotter rond te varen.

Ons veranderende klimaat heeft ook zijn voordelen, het kan water koud zijn in oktober en guur waaien, maar nu is het aangenaam toeven. De zeemannen van Prins & Dingemanse zijn heel wat gewend en staan in een t-shirt hun werk te doen, terwijl wij toch wel een jas en een sjaal om hebben. Opvallend is met hoeveel liefde en kennis zij over de oesters spreken. Het is dan ook onvoorstelbaar hoe vaak een oester in en uit het water geweest is, alvorens ze bij onze oestermannen in hun emmers terecht komen.

Eenmaal weer aan wal, gaan wij naar de productiehal. Hier worden de oesters gesorteerd en gaan ze naar de oesterputten. Als ze daar uit komen worden ze verpakt en klaar gemaakt voor transport. Ons dagje Yerseke zit erop. Wij gaan mosselen eten!