Oesters van De Oestercompagnie

De kracht van De Oestercompagnie ligt in haar streven u steeds weer te willen verrassen met oesters van een superieure smaak. Wij kiezen daarom voor een samenwerking met kleine oesterkwekers die maar "kleine" hoeveelheden oesters leveren en ons daardoor een exclusiviteit bieden voor Nederland en België.

Onze oesters komen van verscheidene oesterkwekers. Wij werken met bijna alle oestersoorten die hierna genoemd worden, behalve met de Amerikaanse. Onze Bretonse creuses komen dagvers uit Trinité Sur Mer en worden onder onze eigen naam verpakt. Dit is onze populairste oester.

 

De Oorsprong van de Oesters

Sinds mensenheugenis is de oester een gewaardeerd voedingsmiddel. De toevoeging edulis = eetbaar of smakelijk aan de wetenschappelijk geslachtsnaam Ostrea voor de oester lag dus voor de hand. Eetbare oester is een naam die we tegenkomen bij Bennett & Van Olivier (1826), maar ook andere talen benadrukken de oester als voedingsmiddel: Edible oyster (Engels) en Huître comestible (Frans). Zowel het Nederlandse oester, het Duitse Auster, het Franse huître en het Engelse Oyster stammen van het Latijnse Ostrea af.

 

Er zijn honderden soorten oesters. De gehele familie noemen we de Ostreidae en kan worden ingedeeld in twee hoofdgroepen: de platte Ostrea en de diepe Crassostrea. In de negentiende eeuw was de platte Ostrea de enige Europese oester. Tot de Portugezen de Crassostrea meenamen naar de Franse wateren. Wij kennen de Crassostrea als creuses. In Zeeland werd na de strenge winter van 1963, die de populatie platte oesters decimeerde, de holle Japanse oester ingevoerd, de Crassostrea gigas. Deze oester noemen wij de Zeeuwse oester en is nu de meest verkochte oester van Zeeland.